|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Radovan Karadžić (Servisch: Радован Караџић) (Petnjica, 19 juni 1945) is een Bosnisch-Servisch dichter, voormalig psychiater en oud-politicus, die door het Joegoslavie-tribunaal wordt verdacht van oorlogsmisdaden tijdens de Bosnische Oorlog in de jaren 90. Ten tijde van deze oorlog was hij leider van de Servische Republiek van Bosnië en Herzegovina. In 1989 was Karadžić medeoprichter van de Servische Democratische Partij (SDS), een nationalistische Servische partij in Bosnië en Herzegovina. Van 1992 tot 1995 was hij ook president van de Bosnische Serviërs. Nadat de oorlog in het voormalige Joegoslavië was afgelopen, werd Karadžić door het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag beschuldigd van oorlogsmisdaden. Na dertien jaar voortvluchtig geweest te zijn werd hij in juli 2008 opgepakt en door de Servische autoriteiten uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal.
bewerk Levensloopbewerk JeugdKaradžić werd geboren in Montenegro dat toen nog deel uitmaakte van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. Servië kent veel clans, en de familie Karadžić was één van de belangrijke families binnen de Drobnjaci-clan. De vader van Radovan Karadžić, Vuko Karadžić, was lid van de Četniks, het leger van de regering van Koninkrijk Joegoslavië in ballingschap. Dit Koninkrijk bestond van 1918 tot 1941. Na de Tweede Wereldoorlog werd zijn vader gevangen genomen door de Russen. Karadžić groeide daardoor grotendeels zonder vader op. In de jaren zestig verhuisde Karadžić naar Sarajevo waar hij medicijnen studeerde aan de universiteit van Sarajevo. Hij specialiseerde zich in psychiatrie. Behalve in Sarajevo studeerde Karadžić ook in Denemarken (1970) en aan de Columbia University in New York (1974 en 1975). Na zijn terugkeer naar Joegoslavië werkte hij in de psychiatrische kliniek van het Koševo-ziekenhuis te Sarajevo. Naast zijn werk als arts schreef hij gedichten. Hierdoor ontmoette hij de Servische schrijver Dobrica Ćosić, die hem aanmoedigde om de politiek in de gaan. bewerk Fraude en veroordelingIn 1983 ging Karadžić aan de slag in een ziekenhuis in Voždovac, een buitenwijk van Belgrado. Samen met een vriend Momčilo Krajišnik, die in de mijnindustrie werkte, kreeg hij een lening voor 'landbouwontwikkeling'. Dit geld gebruikten ze om huizen voor zichzelf te bouwen in het sjieke ski-resort Pale. In november 1984 werden beiden gearresteerd en veroordeeld wegens fraude. Karadžić zat elf maanden in de gevangenis. Via zijn relatienetwerk kwam hij op vrije voeten, waarna het proces wegens gebrek aan bewijs werd stopgezet. In september 1985 werd het proces hervat. Karadžić werd uiteindelijk veroordeeld tot drie jaar gevangenschap, maar de straf zou nooit ten uitvoer worden gebracht. bewerk Het uiteenvallen van JoegoslaviëKaradžić was in 1988 medeoprichter van de Srpska Demokratska Stranka (Nederlands: Servische Democratische Partij). Terwijl deelrepublieken die Joegoslavië vormden, zoals Macedonië, Slovenië, Kroatië en Bosnië-Herzegovina zich wilden afscheiden van Joegoslavië, wilden de in Kroatië en Bosnië wonende Serviërs binnen de Joegoslavische federatie blijven. De SDS wilde de Serven binnen verschillende deelrepublieken verenigen, om vervolgens een Servische Republiek uit te roepen die deel zou blijven uitmaken van Joegoslavië. Op 24 oktober 1991 werd de Servische Assemblee opgericht, een vertegenwoordigend orgaan dat zegt alle Serviërs binnen Bosnië-Herzegovina te vertegenwoordigen. Karadžić was in die tijd een leidend politicus en riep - conform de wensen van de SDS - een aantal autonome Servische gebieden uit binnen Bosnië-Herzegovina. In november 1991 vond onder Bosnische Serviërs een zelf georganiseerd referendum plaats. Een grote meerderheid koos voor een federale staat gevormd door Bosnië, Montenegro en Servië. Deze staat zou deel uit moeten maken van Joegoslavië. Op 9 januari 1992 riep de Bosnisch-Servische Assemblee de Republika Srpskog naroda Bosne i Hercegovine uit (Nederlands: Republiek voor Serven van Bosnië-Herzegovina). Op 28 februari 1992 werd de grondwet van deze nieuwe republiek aangenomen, waarbij werd verklaard dat alle Servische gebieden tot de Republika Srpska (Servische Republiek, behoorden en dat de republiek deel uitmaakte van Joegoslavië. De regering van Bosnië-Herzegovina hield, aangemoedigd door de Europese Unie en de Verenigde Naties, op 29 februari en 1 maart 1992 een referendum met de vraag of Bosnië-Herzegovina onafhankelijk moest worden. De meerderheid van Bosniërs (met name Bosnische Kroaten en Bosnische moslims (ook wel Bosniakken genoemd)) stemden in meerderheid voor onafhankelijkheid. Vele Bosnische Serviërs, aangemoedigd door Radovan Karadzic, boycotten dit referendum. Er werd door ruim 64% van de Bosnische bevolking gestemd, hiervan koos ruim 99% voor onafhankelijkheid van Joegoslavië. [1] In verband met dit referendum, verklaarde de de regering van Republiek Bosnië-Herzegovina op 5 april 1992 de onafhankelijkheid uit. Op 6 april 1992 werd Bosnië-Herzegovina al internationaal erkend als zelfstandige staat. Het leger van de Bosnische Serviërs, onder leiding van Karadzic, begon op dezelfde dag de aanval op de Bosnische hoofdstad Sarajevo. De omsingeling van de stad, de langste in de moderne geschiedenis, zou duren tot eind 1995 en kostte ruim 12 duizend mensen het leven. In mei 1992 werd Karadžić president van de Servische Republiek. Op 12 mei 1992 presenteerde hij een 'zes-punten plan' dat onder andere inhield dat de volkeren in Bosnië-Herzegovina moeten worden gescheiden.[2] Generaal Ratko Mladic, ook later beschuldigd wegens oorlogsmisdaden, verklaarde destijds: "Mensen zijn geen sleutels die je uit de ene in de andere zak kan verplaatsen. Dit, mijne heren, is massamoord, ik weet niet hoe de heren Karadzic en Krajisnik dit later aan de wereld willen uitleggen."[3]
bewerk Bosnische oorlogWat volgde is wat later bekend is geworden als de Bosnische oorlog, die duurde van 1992 tot 1995. Al voor het eerder genoemde referendum bestonden van de drie etnische groepen (Kroaten, Bosnische moslims en Serviërs) eigen legertjes paramilitairen die, zeker in het begin, uit een samenraapsel van criminelen, voetbalhooligans en nationalisten bestonden. De Serviërs - die tegen afsplitsing waren - werden gesteund door het Joegoslavisch Volksleger. Door de wapenembargo kon het leger van Bosnië-Herzegovina aanvankelijk op weinig steun rekenen. Het eerste gewelddadige incident vond plaats voor de referenda, op 30 september 1991. Het Joegoslavische Volksleger verwoestte het door Bosnische Kroaten bewoonde stadje Ravno tijdens de strijd om het in Kroatië gelegen Dubrovnik. In afwachting van het referendum op 29 februari en 1 maart 1992 escaleerde de situatie. Op verschillende plaatsen braken gevechten uit, in eerste instantie tussen Serviërs en Bosnische moslims. In het oosten en het noordwesten van Bosnië vonden vanaf april 1992 massamoorden en etnische zuiveringen plaats, waarbij de Bosnische burgerbevolking het doelwit was. Serviërs richtten detentiekampen of beter: concentratiekampen in. Beelden van deze kampen bereikten in de loop van de jaren 90 het Westen. In 1992 - het begin van de oorlog - vochten de Bosnische Kroaten en de Bosnische moslims samen tegen de Bosnische Serviërs. De Serviërs hadden inmiddels een eigen republiek uitgeroepen. Maar in 1993 ontstond er ook strijd tussen de moslims en de Bosnische Kroaten, omdat ook de Kroaten een territorium van Bosnië wilden inlijven. In 1994 sloten de moslims en Bosnische Kroaten vrede na tussenkomst van de Kroatische president Franjo Tudjman. Al in juni 1992 breidde de VN-Veiligheidsraad het mandaat van de VN Vredesmacht UNPROFOR uit naar Bosnië-Herzegovina. UNPROFOR kon echter weinig uitrichten, ze werden gehinderd door een beperkt mandaat, beperkte middelen en gebrek aan bereidheid van de internationale gemeenschap (met name de Verenigde Staten en Frankrijk) om gewapenderhand in te grijpen. Hierdoor kon UNPROFOR niet voorkomen dat de burgeroorlog tussen Kroaten, Bosnische moslims en Serviërs onverminderd doorging. Na de Val van Srebrenica en een raketaanval op een drukbezochte markt in Sarajevo veranderde het internationale politieke klimaat. De internationale gemeenschap zette een Rapid Reaction Force in. Dit dwong de Serviërs tot het beëindigen van de gewapende strijd. Vervolgens werd het Verdrag van Dayton gesloten. In het Verdrag van Dayton werd bepaald dat Bosnië-Herzegovina een federale republiek werd bestaande uit twee afzonderlijke deelstaten: de Republiek Srpska in het door Serviërs bewoonde deel en de Federatie van Bosnië en Herzegovina in het door moslims en Kroaten bewoonde deel. Het verdrag werd ondertekend in Parijs op 14 december 1995. bewerk Aangeklaagd door het Joegoslavië-tribunaalAls president en bevelhebber werd Karadžić beschuldigd van het bevel geven tot de etnische zuiveringen van Kroaten en Bosnische moslims. Direct na de Bosnische Oorlog is hij door het Joegoslavië-tribunaal aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden en genocide. Radovan Karadžić bleef dertien jaar voortvluchtig en behoorde gedurende die tijd samen met Ratko Mladić tot de door het tribunaal meest gezochte aangeklaagde personen uit de Bosnische oorlog. Hij had zich vermomd met een grote bril en door een lange witte baard en zijn, geheel grijs geworden, haar te laten groeien en leefde onder de valse naam Dragan Dabić.[4] Karadžić was hierdoor zo goed als onherkenbaar.[5] Hij werkte hij als alternatief genezer in een privékliniek in Nieuw-Belgrado. bewerk Arrestatie en uitleveringKaradžić werd op 21 juli 2008 in Belgrado, de hoofdstad van Servië, gearresteerd en overgebracht naar de onderzoeksrechter van het oorlogsmisdadentribunaal in diezelfde stad.[6] De Servische autoriteiten kwamen Karadžić op het spoor doordat hij in juni naar een familielid in Bosnië had gebeld van wie de telefoon werd afgetapt. Vervolgens werd hij eerst een maand geschaduwd alvorens te worden opgepakt.[7] Op 30 juli werd hij naar de gevangenis in Scheveningen overgebracht. Donderdag 31 juli verscheen Karadžić voor de eerste keer voor het Hof in Den Haag. Tijdens deze zitting werd beknopt de aanklacht tegen zijn persoon voorgelezen, omdat Karadžić het niet nodig vond dat de gehele aanklacht werd voorgelezen. In de zitting verklaarde Karadžić meer tijd nodig te hebben om zijn dossier te bestuderen. Op dit verzoek ging het Hof in en het plande een nieuwe zitting op 29 augustus. Ook verklaarde Karadžić zichzelf te zullen verdedigen. Daarnaast maakte hij het Hof duidelijk te vrezen voor zijn leven en beweerde hij dat zijn arrestatie en overdracht vanuit Belgrado naar Nederland niet reglementair was.[8]
|
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |